Takenanalyses stellen teleur

Vorige week vond in Madurodam een evaluatie plaats van de takenanalyses. De stelling ‘de uitkomst is teleurstellend, er zijn geen taken geschrapt’, werd door 16 van de 25 aanwezigen omarmd.

Het begon allemaal met het hoofdlijnenakkoord. Daarin nam het kabinet-Balkenende II zich voor een takenoperatie uit te voeren, ‘waarin regelgeving, staand beleid en organisatie van de rijksdienst ter hand worden genomen.’ Operatie werd als snel omgedoopt in analyse en ondergebracht bij het programma Andere Overheid, ook uit de koker van het tweede kabinet Balkenende. De minister-president trok samen met de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing, in het begin Thom de Graaf en sinds eind maart Alexander Pechtold, en vice-premier Gerrit Zalm de kar van de takenanalyses. Het kabinet stelde negen rijksbrede thema’s op, van veiligheid risicobeleid tot ruimtelijk beleid en marktordening, en de dertien departementen kregen de opdracht ook eens naar hun eigen taken te kijken. ‘Doen we de goede dingen en doen we de dingen goed,’ luidde de vraag die zij moesten beantwoorden.
Vlak voor de zomer publiceerde het kabinet vrijwel geruisloos acht van de negen rijksbrede takenanalyses. Alleen de onderzoeken naar bestuurlijke coördinatie (door Frank de Grave) en communicatie (door Gerrit Jan Wolffensperger) kregen enige aandacht in de media. De laatste analyse, die van Elco Brinkman over veiligheid, wordt ‘in november of december’ verwacht, vermoedt Bertine Steenbergen, programmamedewerker van Andere Overheid. De belangrijkste conclusie uit dit rapport – het oprichten van een ministerie van Veiligheid – is al naar buiten gebracht.
Op prinsjesdag presenteerden de departementen hun uitkomsten van de takenanalyses. In totaal besloegen de documenten zo’n zevenhonderd pagina’s. Vijf commissies, bestaande uit oud-politici, (oud-) topambtenaren en wetenschappers hebben de departementen bij het uitvoeren van de analyses begeleid. Zo was Rien Meijerink voorzitter van de commissie die de ministeries van OCW en VWS terzijde stond. Meijerink, voormalig secretaris-generaal op OCW, spreekt van een ‘meevallende ervaring’. ‘Ik had er niet zoveel van verwacht, maar de bereidheid om te veranderen is door de takenanalyse opgeschud,’ vertelt hij in zijn werkkamer van Het Expertise Centrum (HEC) waaraan hij als consultant is verbonden. Pieter Winsemius, oud-milieuminister en tegenwoordig lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), hielp Algemene Zaken, Binnenlandse Zaken en Justitie met hun analyses. Als hem wordt gevraagd hoe hij dit heeft ervaren, is zijn antwoord: ‘Goede commissie, moeizaam proces.’ Volgens Winsemius is het proces te complex geworden. ‘De opzet was eenvoudig, totdat de politiek zich ermee ging bemoeien,’ zegt hij. ‘Er kwam te veel overlap tussen de verschillende departementale en rijksbrede analyses. Dat maakte het geheel onduidelijk en lastig.’

Weerstand
De takenanalyses hebben voor Andere Overheid als aanjager gewerkt. ‘Hierdoor is ons programma op de kaart gezet,’ vertelt Steenbergen. ‘Bijna elke ambtenaar kent het begrip, hoewel niet iedereen in het begin stond te springen een dergelijke analyse uit te voeren.’ Meijerink herkent dit. Bij aanvang ondervond hij enige weerstand, vooral bij VWS. ‘Daar hadden ze iets van “kalm aan jullie”, we zijn al met genoeg veranderingen bezig.’ Dat is nu juist één van de kritiekpunten die Guido Enthoven, directeur van het Instituut voor Maatschappelijke Innovatie, heeft op de takenanalyses. ‘Het accent in veel rapportages ligt toch op “we zijn lekker bezig en hebben al van alles in gang gezet”, vertelt Enthoven. En de blik is wat hem betreft veel te veel naar binnen gekeerd geweest. ‘Er had meer ruimte voor maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven moeten zijn,’ zegt hij. ‘Die zijn nu maar mondjesmaat geraadpleegd.’ Steenbergen begrijpt niet dat Enthoven dit zegt. ‘Vanaf het begin hebben we de relevante buitenwereld zoveel mogelijk bij het proces betrokken.’ Tijdens de evaluatie van de takenanalyse, vorige week in Madurodam, bleek echter dat een ruime meerderheid van de aanwezigen van mening is dat het teveel een Haagse excercitie is geweest waarbij te weinig van buiten naar binnen is gewerkt.

Felle discussies
In zijn eindoordeel tikt Winsemius het ministerie van BZK aardig op de vingers: ‘BZK signaleert veel, constateert veel, noemt veel zaken die al lopen of nog gaan lopen. Vaak bekruipt de commissie de vragen: waar leiden deze constateringen nu precies toe? Wat is het probleem nu eigenlijk? Wat zou BZK zelf willen?’ aldus de voormalig minister in zijn slotadvies. Dat BZK en Justitie elkaar tijdens de takenanalyse niet hebben opgezocht om te bekijken of en waar samenwerking mogelijk is, vindt Winsemius een gemiste kans. ‘Ze kunnen elkaar nota bene bijna de hand schudden als ze het raam opendoen.’ ‘Heerlijk toch, kritiek van zo’n man als Winsemius,’ zegt Steenbergen. ‘We hebben hem ten slotte niet gevraagd om ons te aaien.’ Ze vertelt dat het eindadvies van Winsemius tot felle discussies heeft geleid. ‘En natuurlijk zijn de minsteries het niet in alle opzichten met hem eens. Maar daar gaat het nu juist om,’ benadrukt Steenbergen. ‘Houd elkaar maar een spiegel voor.’
Peter Heij, plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, blikt tevreden terug op de takenanalyse. ‘Mijn conclusie is dat het er vooral om gaat hoe we met elkaar samenwerken,’ vertelt Heij. Zo is zijn ministerie vaak op dezelfde terreinen actief als de departementen van LNV en Vrom. Heij spreekt niet van een overlap in taken, maar benadrukt dat de minsteries er allemaal op een andere manier tegenaan kijken. ‘De ruimte kun je bijvoorbeeld immers gebruiken voor natuur, om er te wonen en je te verplaatsen,’ legt de pSG uit. Maar zou het dan geen goed idee zijn deze drie departementen samen te voegen? Daarvan wil hij niets weten. ‘Als één minister verantwoordelijk is voor al deze zaken, dan wordt de besluitvorming veel minder zichtbaar,’ meent Heij.

Geen taken schrappen
Guido Enthoven schreef in opdracht van Andere Overheid een artikel over de uitkomsten van de takenanalyses. Hij noemt het daarin ‘een van de meest interessante excercities in het openbaar bestuur van de afgelopen jaren’. Althans, die potentie had het, reageert Enthoven als deze frase aan hem wordt voorgelegd. ‘Het was de bedoeling dat de departementen zich zouden bezinnen op hun taken, welke ze zelf moeten doen en welke ze kunnen overlaten aan andere partijen,’ vervolgt hij. ‘Daarvan is niets terecht gekomen.’ Hij klinkt teleurgesteld. ‘Het had een grote omslag kunnen zijn, maar de meeste analyses blijven hangen in algemeenheden en zijn vaag in de uitwerking.’ Zo sommen de meeste departementen volgens Enthoven ‘nog maar eens op welke vernieuwingsslagen ze de afgelopen jaren hebben gemaakt’. Steenbergen van Andere Overheid is het opnieuw niet eens met Enthoven. ‘Ik geef toe dat we in het begin andere verwachtingen hebben gewekt waardoor het leek dat de takenanalyses moesten leiden tot het afschaffen van taken of het verdwijnen van vele fte’s,’ vertelt Steenbergen. ‘Maar wat blijkt? Er kunnen helemaal geen taken worden geschrapt.’ Het kabinet schrijft dan ook triomfantelijk in een brief aan de Tweede Kamer dat uit de takenanalyses is gebleken dat ‘de overheid met de goede dingen bezig is’. Enthoven staat in zijn kritiek overigens niet alleen. Van de 25 aanwezigen bij de evaluatie van de takenanalyses, voornamelijk ambtenaren, was twee derde het eens met de stelling dat het resultaat op zijn minst teleurstellend is, juist omdat er geen taken geschrapt worden. Steenbergen moet bekennen dat ze het wel prettig had gevonden als helder was geweest dat er een aantal taken geschrapt hadden kunnen worden. ‘Maar zo zit de werkelijkheid blijkbaar niet in elkaar.’

Nu de analyses zijn afgerond en er blijkbaar geen taken afgeschaft hoeven te worden, dient de vraag ‘Wat nu?’ zich aan. ‘Uitvoeren,’ luidt het korte, maar krachtige
antwoord van Steenbergen. In een brief aan de Tweede Kamer heeft het kabinet volgens haar precies geschreven wat er nu moet gebeuren. Zo kan het parlement in het najaar een notitie over de positie van de minister-president tegemoet zien, wordt de Nederlandse Kustwacht gereorganiseerd, komt er een omgevingsvergunning en wordt de bureaucratie voor onderwijs- en zorginstellingen verminderd. Was daar nu een takenanalyse voor nodig? ‘Een andere overheid bereik je niet zomaar,’ zegt Steenbergen stellig. ‘Het gaat er ook om dat er een andere manier van werken komt.’ Daar kan Peter Heij van VenW over meepraten. Zijn ministerie was al druk bezig met de zogeheten Veranderopgave, toen de takenanalyse om de hoek kwam kijken. ‘Beide bewegen dezelfde kant op,’ zegt Heij. ‘Door de takenanalyse hebben de veranderingen die we op het departement willen doorvoeren de wind in de zeilen gekregen.’ Hoewel de takenanalyse wat Heij betreft niet honderd procent nodig was, ‘hebben we er ook geen last van gehad’.

Verschenen in PM, 13 oktober 2005

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s