Meer greep op Brussel

Volgens Adriaan Schout van Instituut Clingendael laten de asielproblematiek, het debat over de meerjarenbegroting en de eurocrisis zien hoe belangrijk Europa voor Nederland is. De Eerste en de Tweede Kamer willen graag meer invloed op Brussel. Hoe kunnen ze dat het beste aanpakken, waar moeten ze op letten en wat moeten parlementariërs vooral niet doen?

Onafhankelijk van elkaar hebben de Eerste en de Tweede Kamer onderzocht of ze voldoende invloed op Brussel hebben. Beide komen tot de conclusie dat het al heel wat beter gaat dan een paar jaar geleden, maar ‘er kan nog wel een tandje bij’. Senator Tineke Strik (GroenLinks) voerde de evaluatie uit voor de Eerste Kamer. Zij zou graag zien dat alle nieuwe senatoren, die op 7 juni worden geïnstalleerd, een cursus krijgen over hoe ze Europees beleid kunnen beïnvloeden, liet ze onlangs optekenen in de Volkskrant. Wat zouden de parlementariërs kunnen leren? We vragen het aan Adriaan Schout, hoofd Europese Studies van Instituut Clingendael en expert op het gebied van Europese beleidsprocessen.

Het parlement wil graag meer greep op Brussel. Terecht?
‘Ja, er staat voor ons veel op het spel in de EU. Als je het hebt over invloed op Europa, dan moet je niet vergeten dat het een spel is dat gespeeld wordt door vele actoren: 27 lidstaten, het Europees Parlement, de Europese Commissie, lobbyisten, noem maar op. Er gaan vaak jaren overheen voordat een wetsvoorstel gereed is. Je moet je dus goed realiseren wat het oplevert als je er actief mee aan de slag gaat.’

Feit is dat de Eerste en Tweede Kamer meer invloed op Europa willen hebben. Tineke Strik van GroenLinks zou de nieuwe senatoren daartoe zelfs een cursus willen geven. Hoe moet dat worden aangepakt?
‘Allereerst zou ik met de Kamerleden het politieke belang van Europa bespreken. Met het asielvraagstuk, de meerjaren-begroting en de economische crisis is dit hét moment waarop duidelijk wordt hoe belangrijk Europa voor een land als Nederland is. Er staat zoveel op het spel, maar waar wordt in de Kamer vooral over gesproken? Over de soevereiniteit. Vroeger, toen we nog de gulden hadden, was er het grapje: “Hoe lang bestaat soevereiniteit in Nederland?” Antwoord: “Tien minuten, want zo lang duurt het eer De Nederlandsche Bank doorheeft wat er bij de Duitse Centrale Bank in Frankfurt besloten is.” Wij maken ons druk over onze soevereiniteit, terwijl we die op belangrijke onderwerpen al lang hebben opgegeven. Het economisch beleid in lidstaten krijgt nog te weinig politieke aandacht, maar raakt ons wel degelijk.’

Met deze opvatting maakt u geen vrienden. Tornen aan onze soevereiniteit, daar zullen heel wat politieke partijen het mee oneens zijn.
‘Maar we gaan het debat over bijvoorbeeld de toestand in Ierland of de staatsschuld in België uit de weg vanwege de soevereiniteit en wachten totdat het uit de hand loopt. Terwijl we veel eerder kunnen ingrijpen als we er wel over discussiëren. Ik begrijp de gevoeligheden wel, want als het Nederlandse parlement deze zaken aan de orde stelt, dan kun je er donder op zeggen dat er vanuit andere landen vragen worden gesteld over onze plannen met het verhogen van de pensioenleeftijd of de hypotheekrenteaftrek. Maar het zal uiteindelijk goedkoper zijn in een vroeg stadium te proberen de problemen van landen te erkennen, zodat Europa op tijd kan ingrijpen. Uiteindelijk komt de rekening toch hier te liggen.’

Oké, stel dat het belang van Europa de parlementariërs duidelijk is. Wat is les 2?
‘Vervolgens moet je duidelijk maken hoe het er in Europa aan toe gaat. Helemaal aan het begin van het wetgevingsproces heeft de Europese Commissie een ontzettende honger naar informatie. Ze houden hoorzittingen, spreken met belanghebbenden en laten rapporten opstellen. Op dat moment moet je van je laten horen. Dat lijkt voor de hand te liggen, maar gaat nogal eens mis. Bijvoorbeeld bij de energieprestatie van gebouwen. De commissie heeft een impact assessment gedaan voordat het wetsvoorstel wordt gemaakt. Nederland heeft een dergelijk assessment ook laten uitvoeren toen het voorstel er al lag. In dit specifieke geval heeft de commissie uiteindelijk nog naar ons geluisterd, maar als je toch al van plan bent zo’n studie te doen, waarom dan niet in een veel eerder stadium? Naast de wetgeving is het nodig de economische coördinatieprocessen aan de orde te stellen en hierbij te bekijken wanneer en hoe Kamerleden daarop in kunnen spelen. De economische afstemming in de EU krijgt te weinig aandacht en juist daarom is het zo misgegaan.’

En de laatste les die u de parlementariërs zou willen meegeven?
‘Zorg voor transparantie. In Engeland is dat goed geregeld. De relevante zittingen van het parlement worden gestreamd en zijn na afloop terug te kijken. Hier worden ook steeds meer debatten uitgezonden, maar deze zijn achteraf niet meer te vinden. Laatst was ik trouwens in de Tweede Kamer omdat er een video-overleg plaatsvond tussen Haagse Kamerleden en Europarlementariërs over het EU-budget. Dit zou een openbaar overleg zijn, maar was ineens besloten. Gezien het belang van de budget-onderhandelingen had ik er graag bij willen zijn. Ik zou wel willen weten of het terughalen van het miljard euro, zoals het kabinet beoogt, een idee fixe is of dat er een diepere betekenis achter zit. We maken ons nu druk over dat ene miljard, maar hoe zit het met de andere 119? Hoe kijken de parlementariërs aan tegen de structuurfondsen en zou er niet meer geld naar extern beleid moeten? Dat zijn belangrijke vragen die in de openbaarheid besproken moeten worden, ook waar het overleg tussen Europarlementariërs en Kamerleden betreft.’

+++++++
Weinig animo voor de Staat van de Europese Unie

De Algemene Europese Beschouwingen, het jaarlijkse debat over de Staat van de Europese Unie die onder meer de Europese prioriteiten van het kabinet omvat, mochten half april op bijzonder weinig animo van de Eerste Kamer rekenen. Hoewel alle leden braaf de presentielijst tekenden, zaten er na dik twee uur nog maar elf senatoren in de groene bankjes. Staatssecretaris Knapen was voornemens een deel van zijn betoog te wijden aan de evaluatie van Groenlinks-senator Tineke Strik over de Europese werkwijze van de senaat, maar besloot ter plekke dat daarvoor te weinig tijd was. Hij zegde een brief toe, die de senaat binnenkort tegemoet kan zien.

+++++++

Weinig animo voor de Staat van de Unie
Hoewel het debat over de Staat van de Europese Unie normaal gesproken eerst in de Tweede Kamer wordt gevoerd, is dit agendapunt al een aantal keer uitgesteld. Voorlopig staat het debat gepland op 26 mei. Heel veel zin heeft het niet meer, want het te bespreken document is vorig jaar op Prinsjesdag al gepresenteerd en omvat de Europese prioriteiten van het (vorige) kabinet tot en met het Hongaarse EU-voorzitterschap. Polen neemt op 1 juli het stokje over.

Verschenen in PM, 6 mei 2011

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s