Weinig animo voor medezeggenschap

Binnenkort vinden op een aantal ministeries verkiezingen plaats voor de ondernemingsraden. Althans als er iets te kiezen valt, want de animo is gering. Vooral jonge ambtenaren laten het afweten.

Eind maart kiezen de ambtenaren van Economische Zaken de leden van de acht ondernemingsraden die het departement telt. Voor de in totaal 65 zetels hebben 72 kandidaten zich gemeld. Beleidsmedewerker Harry Oldersma staat op een onverkiesbare plaats. Na zes jaar lid te zijn geweest van de ondernemingsraad van het kerndepartement én voorzitter van de overkoepelende departementale ondernemingsraad (dor), vindt hij het mooi geweest. Zijn lage plaats op de lijst is overigens geen garantie dat er de komende drie jaar geen beroep op hem wordt gedaan. ‘Uit ervaring weet ik dat de ondernemingsraden makkelijk leeglopen.’
Oldersma steekt de helft van zijn werktijd in de OR. De andere twintig uur besteedt hij aan zijn functie als senior beleidsmedewerker op de directie buitenlandse economische betrekkingen. Hij heeft het enthousiasme voor medezeggenschap de afgelopen zes jaar zien afnemen en wijt dat deels aan de toegenomen werkdruk bij de overheid. ‘Maar ook het beeld dat het slecht is voor je carrière speelt een rol,’ meent hij. Zelf heeft Oldersma daar naar eigen zeggen geen last van, hoewel hij erkent dat leden van de ondernemingsraad minder mobiel zijn. ‘Probeer maar eens intern naar een baan te solliciteren, terwijl je lid bent van de OR. Dit werk kost je een aantal uur per week en daar zit een toekomstige leidinggevende vaak niet op te wachten.’
Ook de voorzitter van de departementale ondernemingsraad van het ministerie van VWS, Frank Voermans, vermoedt dat ambtenaren geen zin hebben in een medezeggenschapsfunctie, omdat ze denken dat het niet goed op hun cv staat. ‘Terwijl je juist veel leert in een OR,’ zegt hij. ‘Je bent breed georiënteerd, onderhandelt met bestuurders en je probeert de medezeggenschap zo efficiënt mogelijk te laten verlopen.’
De tijd die een ambtenaar krijgt voor OR-werkzaamheden verschilt per departement en per dienst. Zo mag Voermans vier uur per week aan de departementale ondernemingsraad besteden. Daarnaast is hij voorzitter van de OR van het kerndepartement waarvoor hij twintig uur de tijd krijgt. Bovendien is hij zes uur per week kwijt aan het plaatsvervangend voorzitterschap van het medezeggenschapsplatform van P-Direkt. In totaal besteedt Voermans dertig uur aan andere werkzaamheden. Voor zijn hoofdtaak als adviseur van het Kennis- en Informatiecentrum blijft dan maar tien uur over. ‘Dat is vrij weinig,’ erkent hij. ‘De kans bestaat natuurlijk dat je door de andere werkzaamheden uit het zicht van je leidinggevende verdwijnt,’ zegt Voermans. ‘Daardoor kan het lastig zijn na afloop van de zittingstermijn je baan weer volledig op te pakken.’ Door een reorganisatie is de functie van Voermans inmiddels verdwenen, dus het is nog onzeker waar hij over twee jaar, als hij stopt met het OR-werk, naar toe gaat.

Complex
Hans Hautvast is directeur Medezeggenschap bij Schouten en Nelissen. Hij adviseert onder meer overheidsinstellingen over medezeggenschapsvraagstukken. Volgens Hautvast is de structuur van ondernemingsraden bij de overheid zeer complex. ‘Je hebt allerlei verschillende niveaus van medezeggenschap waardoor het vaak niet duidelijk is wie wat waarover mag zeggen,’ zegt hij. Ook kost het werk voor de OR juist daardoor veel tijd. ‘Voordat een gevangeniscipier die lid is van de OR via de verschillende niveaus bij de departementale ondernemingsraad is beland, is hij heel wat vergaderuurtjes verder.’ Hautvast vindt het dus niet zo gek dat er weinig animo is voor de OR. Hij vraagt zich af of het aantal leden niet kan worden teruggebracht. ‘Het is al zo moeilijk om bij elkaar te komen en besluiten te nemen,’ meent de adviseur. ‘En als je dan ook nog weinig kandidaten kunt vinden, dan lijkt me dat een goede oplossing.’ De voorzitters van de departementale ondernemingsraden vinden een OR met minder leden geen goed idee. ‘Het vergt nogal wat om plannen van de directie goed te beoordelen, daar heb je toch een OR met een substantiële omvang voor nodig,’ meent Voermans van VWS. ‘En een kleine OR kan geen vuist maken tegen bestuurders,’ benadrukt Dirk Bankert, voorzitter van de departementale OR van LNV. Leen van Vliet, voorzitter van het overkoepelende Platform Rijk Ondernemingsraden (Pro), vult aan dat een OR ook representatief moet zijn voor de organisatie. ‘Met zijn drieën vorm je een eenzijdige OR. Je kunt het dan niet waarmaken geluiden vanuit de hele organisatie naar boven te ventileren.’ Van Vliet is ook lid van de ondernemingsraad van de directie Arbeidsverhoudingen en Internationale Betrekkingen op het ministerie van SZW. Hoewel de samenstelling van deze OR divers is, erkent Van Vliet dat het over het algemeen vooral de jongere ambtenaren zijn die weinig interesse hebben in het lidmaatschap van de OR.
Bestuurslid Saskia Ganpat laat namens het jonge ambtenarennetwerk Futur weten dat deze constatering wel klopt. Ze wijt dat vooral aan de onbekendheid met de gevolgen die het lidmaatschap van een OR heeft. ‘Ik heb geen flauw idee op welke wijze het van invloed is op je carrière,’ zegt Ganpat. Daarnaast vermoedt ze dat jonge ambtenaren aan het begin van hun loopbaan nog te weinig zelfvertrouwen hebben om beslissingen van de directie ter discussie te stellen. Ganpat vraagt zich af of de ondernemingsraden wel voldoende doen om jongeren bij medezeggenschap te betrekken. ‘Ik heb nooit gemerkt dat er actief geworven is onder jonge ambtenaren.’ Voermans spreekt dit tegen. ‘Vorig jaar hebben we bij Jong VWS wel degelijk geprobeerd kandidaten te werven, maar dat is niet gelukt.’
Om tijdens verkiezingen voor de ondernemingsraad ook daadwerkelijk iets te kiezen te hebben, zijn de departementen druk bezig het OR-lidmaatschap bekender en aantrekkelijker te maken. Op LNV zijn twee brochures ontwikkeld die hieraan moeten bijdragen. En VWS is een talentenontwikkelingsprogramma voor medezeggenschap aan het opzetten. De plaatsvervangend secretaris-generaal van Verkeer en Waterstaat heeft zich ook al met de aankomende verkiezingen bemoeid. Peter Heij stuurde begin februari een brandbrief naar alle directeuren van de centrale directies met het verzoek voor minstens twee kandidaten per directie te zorgen voor de verkiezingen die in april plaatsvinden. Totnogtoe zonder resultaat.

Verschenen in PM, 16 maart 2006

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s