SG Geert van Maanen: ‘Ik was nog niet klaar op VenW’

Wat deden ambtenaren toen ze 25 waren? Geert van Maanen, thans SG van VWS, studeerde in dat jaar af als econoom en ging werken op het ministerie van Financiën. Een leven lang ambtenaar dus en dat voor iemand die uit een familie vol artsen. ‘Het is mooi om iets maatschappelijks te doen, en dat heeft ook best een beetje met ijdelheid te maken.’

Eerder verschenen in deze serie: Laura van Geest (Financiën), Renk Roborgh (OCW) en Chris Buijink (EZ)

De belangrijkste gebeurtenis in het jaar dat Geert van Maanen 25 jaar werd, is de geboorte van zijn dochter Willemijn. Niet zo vreemd dat ze samen op de foto staan die hij heeft uitgezocht. We spreken halverwege de jaren zeventig en buiten het feit dat Van Maanen een gezin stichtte, studeerde hij cum laude af in de economie en vond hij zijn eerste baan op het ministerie van Financiën. Afkomstig uit een artsengezin – zowel vader, grootvader als overgrootvader was huisarts – was het helemaal niet logisch dat Van Maanen bij de rijksdienst zou gaan werken. ‘Ik kom uit een heel andere wereld,’ vertelt hij. ‘Ik ben er daarom best trots op dat ik nu, aan het eind van mijn loopbaan, SG op het ministerie van VWS ben. Ik tel weer een beetje mee in de familie.’

Na uw studie economie was u op zoek naar een baan in de gezondheidszorg. Hoe komt u op het ministerie van Financiën terecht?
‘Ik heb heel lang gedacht dat ik arts zou worden, totdat mijn vader zich op een gegeven moment afvroeg of dat voor mij wel de juiste stap zou zijn. “Jij bent meer iemand die mensen voor zich laat werken dan dat je zelf klust,” zei hij tegen me. Ik heb een test gedaan waaruit bleek dat ik iets met organisaties en economie moest gaan doen. Ik had werkelijk geen idee waar ik wilde werken, alleen dat ik iets met gezondheidszorg wilde. Mijn hoogleraar openbare financiën aan de UvA, Goedhart, zei dat ik zeer geschikt zou zijn om op Financiën te werken. Ik heb daar toen een gesprek gehad en gevraagd of ze toevallig ook iets met de gezondheidszorg deden. Dat bleek zo te zijn, een groepje van drie, vier ambtenaren hield toezicht op het ministerie van Volksgezondheid. Daar wil ik wel werken, zei ik. Een andere functie hoeft voor mij niet. Later hoorde ik dat ze helemaal verbouwereerd waren. Ze vonden me maar een rare vent. Maar goed, de volgende dag werd ik gebeld dat ik de baan had. Zo kwam ik bij de Inspectie der Rijksfinanciën terecht.’

Na zes jaar werd u directeur van de inspectie en even later ook plaatsvervangend DG Rijksbegroting. U maakte bliksemsnel carrière.
‘Dat klopt, de directeur-generaal vroeg me voor deze functie, dat had ik totaal niet verwacht. Ik vond het wel eng, het was immers een grote stap. Als bureauhoofd sprong ik ineens over een heleboel mensen heen. Voor een aantal van hen was dat wel moeilijk. Niet iedereen gunde het me. Het is een harde leerschool geweest, ik was daar een beetje naïef in.’

Hoe heeft u zich weten te handhaven?
‘Vooral door mijn eigen koers te varen, stevig in mijn schoenen te staan en niet bang te zijn. Ik ben eigenlijk altijd al jonger geweest dan anderen. Zo was ik al heel jong voorzitter van de schoolvereniging en kwam ik als tweedejaarsstudent in de senaat van het Amsterdamse Studentenkorps. Ik was een hele serieuze jongen, zeker toen ik nog studeerde. Ik had een wat oudere uitstraling, was geen wildebras. Ik hing nooit tot diep in de nacht in de kroeg. Ik ben ook vrij duidelijk in wat ik wil. Dat zeg ik ook altijd tegen jonge mensen. Ga niet solliciteren en zeggen dat je alles wel wilt. Bereid je goed voor en heb voor ogen wat je bij die club wilt doen. Ik deed dat destijds onbewust, maar als ik erop terugkijk, weet ik wel waarom ik bij Financiën ben aangenomen: ik wist duidelijk wat ik wilde.’

Aan ambitie geen gebrek. Bent u ook perfectionistisch?
‘Ambitieus ben ik zeker, maar absoluut geen perfectionist. Als ik iets goed doe, dan hoef ik niet alle details te kennen. Ik kan wel veel dingen tegelijk. Toen ik studeerde, hockeyde ik ook op hoog niveau en zong ik in de Mattheus Passion. Vraag me niet om in één van die dingen uit te blinken. Ik zal nooit een topspecialist zijn.’

Een aantal jaar later promoveerde u tot DG Rijksbegroting en zeven jaar nadien werd u SG van Financiën.
‘DG Rijksbegroting is in mijn vakgebied het hoogst haalbare. Na een jaar of zes, zeven, ik was inmiddels rond de vijftig, ging ik me afvragen wat ik verder nog wilde. De functie van secretaris-generaal leek me wel wat. Vooral het bestuurlijke aspect sprak me aan, met het operationele werk was ik wel klaar. Als SG verbind je de politiek met de ambtenarij en de buitenwereld met het departement, dat is interessant.’

Heeft u ooit overwogen de overstap naar het bedrijfsleven te maken?
‘Er zijn wel momenten geweest dat ik daar serieus over heb nagedacht. Ik heb zo nu en dan ook ernstig getwijfeld, maar steeds kwam er op Financiën weer een leuke nieuwe functie langs. Toen ik vier jaar SG van Financiën was, werkte ik 26 jaar op het departement en vond ik het genoeg geweest. Op dat moment heb ik overwogen naar het bedrijfsleven over te stappen, maar toen merkte ik dat ik toch wel een echte overheidsman was geworden.’

Legt u eens uit, wat is er zo interessant aan het werken bij de overheid?
‘De combinatie van de complexiteit om zaken voor elkaar te krijgen met alle verschillende belangen en het maatschappelijke aspect. Het is mooi om iets maatschappelijks te doen, en dat heeft ook best een beetje met ijdelheid te maken. Geld is voor mij nooit een drijfveer geweest, dat was dus ook geen reden om toch naar het bedrijfsleven over te stappen.’

Toen kwam Verkeer en Waterstaat langs?
‘De functie van secretaris-generaal kwam op VenW vrij en dat leek me een uitdaging. Financiën opereert toch een beetje in de tweede lijn. Je krijgt veel steun van de buitenwereld voor wat je doet, het is comfortabel. Bij een beleidsdepartement als VenW heb je veel meer met de buitenwereld te maken. Je hoort de hele dag van boze automobilisten en treinreizigers dat je het niet goed doet. Daar moest ik overigens wel aan wennen, dat je veel meer verantwoording moest afleggen aan de buitenwereld. Het was dan ook niet zomaar een tweede SG-functie. Ik wilde het departement, dat nogal wat kritiek had gekregen na de bouwenquete, weer op de kaart zetten.’

U heeft de zevenjarige termijn op VenW niet uitgezeten, na vier jaar vertrok u al naar VWS, uw huidige werkplek.
‘Met de komst van het nieuwe kabinet stond er een aantal wisselingen op stapel. Mij werd gevraagd of ik naar een ander departement zou willen. Ik heb aangegeven dat wel te willen, hoewel het moment niet goed uitkwam. Voor mijn gevoel wilde ik nog niet weg, was ik nog niet klaar op VenW, dat heb ik de ambtenaren in een e-mail ook laten weten.’

Toch ging u naar VWS. Koos u vooral voor uzelf?
‘Ja, ik was inmiddels 55 en had het idee dat ik nog één keer zo’n overstap kon maken. Dat ik naar Volksgezondheid kon, speelde wel mee. Als ik nee had gezegd, was iemand anders hier terechtgekomen en die had er weer een jaartje of zes, zeven gezeten. Dan had ik die kans waarschijnlijk nooit meer gekregen.’

Na het vertrek van Marjanne Sint als SG van Vrom, alweer ruim een jaar geleden, is er geen enkele vrouw benoemd als hoogste baas van een departement. Dat kan toch eigenlijk niet?
‘Dat is jammer, absoluut! De rijksoverheid is hoofdzakelijk een mannenwereld. Daar zit hem overigens een deel van het probleem in, mannen kiezen sneller voor mannen. Dat komt ook door de wijze van presenteren. Als een man solliciteert en hij voldoet aan negen van de tien eisen, dan legt hij de nadruk op die negen eisen en moffelt hij die ene weg. Een vrouw met precies hetzelfde profiel komt op gesprek en zegt dat de functie haar hartstikke leuk lijkt, maar dat er een probleem is, ze voldoet niet aan die ene eis. Als je daar met een mannenoor naar luistert, denk je dat ze die functie waarschijnlijk niet aan kan, terwijl ze net zo goed is als die mannelijke sollicitant. Daar moet je dus doorheen kijken. Ik heb overigens wel het idee dat er een inhaalslag wordt gemaakt. Er worden steeds meer vrouwen op DG-functies benoemd.’

U heeft na het vertrek van DG Martin van Rijn nog een plekje vrij.
‘Dat klopt, maar daar kan ik niks over zeggen. Wacht nog maar even af, we zijn er druk mee bezig.’

Drie jaar geleden zei u in een interview met PM dat het vergrijzende ambtenarenapparaat een groot probleem zou gaan vormen. Is daarin inmiddels een kentering opgetreden?
‘Nee, de arbeidsmarktsituatie bij de overheid is echt iets waarover we ons zorgen moeten maken. Daar zitten meerdere aspecten aan. We zullen, ook bij het rijk, een antwoord moeten vinden hoe we mensen langer aan het werk kunnen houden. Het is niet iedereen gegeven om tot zijn 65e op topniveau door te werken. Als je in de raad van bestuur van een bedrijf zit, moet je er zelfs mee ophouden als je zestig bent. We moeten toe naar een situatie dat je op je zestigste je topfunctie opgeeft zonder dat het als statusverlies wordt gezien. Je zou dan wat minder kunnen gaan werken en meer aan advies of coaching kunnen doen. Dat zou heel goed kunnen, maar het gaat pas werken als het breed wordt ingevoerd.
Aan de andere kant moeten we alle zeilen bij zetten om voor jongeren een aantrekkelijke werkgever te zijn. Niet alleen in de beeldvorming, maar ook in hoe we werken als moderne, nieuwe overheid. Ik wil mijn steentje graag bijdragen aan de vernieuwing van de rijksoverheid. Een van de redenen dat ik deze functie heb aanvaard, is het programma Jeugd en Gezin. Ik ben altijd al een pleitbezorger geweest van een interdepartementale aanpak. Dit is voor mij een prachtige kans om te laten zien dat zo’n aanpak succesvol is.’

U zegt dat u uw steentje wilt bijdragen aan de vernieuwing van de rijksdienst. Had u de functie van uw voorganger Roel Bekker niet willen hebben?
‘Dat is best een aantrekkelijke functie, maar ik vind het ook nog wel erg leuk om manager van een grote organisatie te zijn. Roel zit toch meer aan de advieskant, heeft een klein apparaatje tot zijn beschikking. Misschien dat er nog een leuk project is als ik over een jaar of zes weg moet als SG van VWS. Dan ben ik 63 en kan ik mooi het goede voorbeeld geven door nog een aantal jaar door te werken, op een iets lager niveau.’

Verschenen in PM, 25 januari 2008

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s