Robert-Jan Smits: ‘Het draait allemaal om geld’

Nergens in Europa zijn zo weinig vrouwelijke onderzoekers als in Nederland. En zo stoort Robert-Jan Smits, DG Onderzoek van de Europese Commissie, zich nog wel aan meer achterstanden in het Nederlandse innovatiebeleid. Maar hij houdt hoop. ‘Op het moment dat Nederland economisch uit het slop komt, dan gaat de kenniseconomie gouden tijden beleven.’

Hij is het liefst zo veel mogelijk in Brussel, maar twee weken geleden moest hij toch naar de Verenigde Staten vanwege een bezoek aan de grootste technologiebeurs ter wereld: de Triple-A S conferentie, hetgeen staat voor Advancing Science, Serving Society. De dag voor zijn vertrek naar Washington staat Robert-Jan Smits PM te woord over de Europese ambities op het gebied van innovatie en onderzoek, het beleidsterrein waarop hij in Brussel werkzaam is. Afgelopen zomer werd Smits bij de Europese Commissie benoemd tot directeur-generaal Onderzoek, maar hij houdt zich al twintig jaar bezig met deze materie. ‘Ik ben onderaan begonnen en heb hier carrière gemaakt,’ vertelt hij. ‘Veel jonge mensen binnen deze organisatie vonden het een enorme opsteker dat ik werd benoemd tot DG. Het zijn toch vaak mensen van buiten die op zo’n positie terechtkomen.’

Eurocommissaris Máire Geoghegan-Quinn van Onderzoek, Innovatie en Wetenschap koos zelf voor Smits. In Brussel is het wat gebruikelijker dan in Nederland dat een politiek bestuurder zijn eigen DG aanwijst. Zijn ervaring op het beleidsterrein speelde ongetwijfeld een rol. ‘Dat is zeker waar,’ beaamt Smits. ‘Maar dat is het niet alleen. Er moet ook een klik zijn, je werkt zo nauw samen dat je echt door één deur moet kunnen.’ En dat is bij Smits en de Ierse Eurocommissaris absoluut het geval, zegt hij. ‘We lachen en huilen samen, zitten op dezelfde lijn en vertrouwen elkaar volkomen. Heel belangrijk als je 8 miljard euro per jaar te besteden hebt.’

U vertrekt morgen naar Washington voor de Triple-A S conferentie. Wat heeft Europa te zoeken op de grootste technologiebeurs ter wereld?
‘We gaan bekijken op welke manier we op het gebied van innovatie en onderzoek met de Amerikanen kunnen samenwerken, maar zullen vooral naar voren brengen dat Europa een aantrekkelijke plek is om onderzoek te doen. We proberen wetenschappers duidelijk te maken dat Europa een interessant vestigingsklimaat kent met een groot aantal topinstituten waar hoogwaardig onderzoek wordt verricht.’

Maar Europa stelt vergeleken met de Verenigde Staten toch niets voor als je het onderzoeks- en innovatieklimaat beziet?
‘Wij benchmarken onszelf met Amerika en Japan en tegenwoordig ook met opkomende landen als India en China. Natuurlijk lopen we op tal van indicatoren nog steeds ver achter op Amerika, met name als je kijkt naar de uitgaven op het terrein van research and development. Maar dat betekent niet dat in Europa niets gebeurt, integendeel.’

Zijn we in Europa niet veel meer bezig met opkrabbelen uit de crisis? Dat heeft alle aandacht nodig.
‘Het mooie is juist dat op het allerhoogste politieke niveau investeren in onderzoek en innovatie wordt gezien als de weg uit de crisis. Obama zei het laatst nog in zijn State of the Union: “We have to out innovate the rest of the world.” Hij legt het accent op groei door innovatie, dat is prachtig.’

Nu hebben we het weer over Amerika. Wat gebeurt er in Europa?
‘Ook in Europa staat innovatie hoog op de politieke agenda, kijk maar naar de Europese Raad van begin februari. De regeringsleiders hebben er, op initiatief van voorzitter Van Rompuy, uitvoerig over gesproken. Nu de ergste brandjes geblust zijn, en dan doel ik op Griekenland en Ierland, is het tijd voor groei. Door onderzoek en innovatie dus! Of zoals Van Rompuy het onlangs zelf zei in een speech die hij in Polen hield: “Innovatie is de cruciale factor in het creëren van werkgelegenheid en groei.”’

In aanloop naar de Europese Raad heeft u het Innovation Union Scoreboard opgesteld, waar de lidstaten worden gerangschikt op een aantal innovatie-indicatoren. Nederland staat op de achtste plaats, na de Scandinavische landen, Duitsland, Verenigd Koninkrijk, België en Oostenrijk. We zijn een volger en een matige groeier, zo wordt geconcludeerd. Niet echt iets om trots op te zijn.
‘Nee, dat klopt. Nederland behoort binnen Europa tot de subtop. Het scoort goed op de citatenindex, de onderzoekers zijn heel creatief, we hebben een open onderzoeksstructuur en met het aantal patentaanvragen zit het wel snor. Feit is dat Nederland veel te weinig investeert in onderzoek en innovatie. Gemiddeld geven de Europese landen daar 2 procent van het BBP aan uit. Nederland komt niet verder dan 1,7 procent. Dit is overigens niet alleen de overheid aan te rekenen, ook het bedrijfsleven investeert veel te weinig.’

Waar scoren we verder slecht op?
‘Nederland heeft een probleem met het aantrekken van hoogwaardige technologische bedrijven. Soms boeken we een succesje, zoals met het innovatiecentrum van Danone dat in Utrecht gevestigd wordt, maar dat is een uitzondering. De overdracht van kennis van universiteiten naar het bedrijfsleven gaat ook niet goed en waar Nederland heel erg slecht op scoort, is het aantal vrouwelijke onderzoekers. We staan binnen Europa op de allerlaatste plaats. Voor een modern land is dat echt heel vreemd.’

Dit klinkt allemaal heel zorgelijk, maar welke rol speelt Europa in het bevorderen van het Nederlandse innovatieklimaat? Dat is toch aan de lidstaten zelf?
‘Ieder land moet zijn eigen verantwoordelijkheid nemen, maar wij kunnen wel adviseren. Laten zien waar de bottlenecks zitten en op welke manier er beter gepresteerd kan worden. Zo stellen de lidstaten om de paar jaar een nationaal hervormingsprogramma op waarin ze aangeven op welke manier ze economische groei willen realiseren. We hebben daar nu aan toegevoegd dat de landen ook moeten laten zien hoeveel ze investeren in de kenniseconomie. Wij kijken daar dan goed naar en gaan met de lidstaten in gesprek.’

Maar Europa kan niets afdwingen. Is dat voor u, als Europees topambtenaar, niet frustrerend?
‘Als we een ding hebben geleerd van de crisis, dan is het wel dat er geen enkele congruentie in het Europese economische beleid zit. Dat heeft geleid tot de ellende waar we nu in zitten. De roep van Merkel en Sarkozy om meer te convergeren juich ik dan ook toe. De gigantische verschillen tussen de lidstaten moeten overbrugd worden om vervolgens vanuit Brussel met de lidstaten in discussie te gaan, ook over onderwerpen als onderzoek en innovatie.’

Het kabinet-Rutte heeft, in navolging van de Kamerbreed gesteunde motie-Hamer, de ambitie uitgesproken dat Nederland tot de top 5 mondiale kenniseconomieën moet gaan behoren. Als ik u zo hoor, is dat een onmogelijke opgave.
‘Als je op dit moment in Europa op de achtste plaats staat, dan kun je constateren dat er heel wat moet gebeuren op de mondiale top 5 te halen. Maar ik zie wel lichtpuntjes hoor, ik wil niet al te negatief zijn over de Nederlandse kenniseconomie.’

Ik ben benieuwd: wat zijn die lichtpuntjes dan?
‘Er wordt momenteel een superministerie opgetuigd van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie waarmee het kabinet laat zien innovatie heel hoog op de agenda te hebben staan. Minister Verhagen heeft daarnaast een aantal sleutelgebieden gedefinieerd waar Nederland zich op moet gaan profileren. Het is goed dat er keuzes worden gemaakt. Dat het bedrijfsleven meer met kenniscentra moet gaan samenwerken, zie ik ook als zeer positief. Op het moment dat Nederland economisch uit het slop komt, de bezuinigingen achter de rug zijn en er weer meevallers komen, dan gaat hopelijk ook in Nederland de kenniseconomie gouden tijden beleven.’

U blijft optimistisch, maar waarom gaat het in andere Europese landen dan toch zoveel beter?
‘Daar is maar één antwoord op te geven: het draait allemaal om geld en keuzes! Duitsland investeert dit jaar 12 miljard euro, dat is een stijging van 7,2 procent ten opzichte van vorig jaar en maar liefst 54 procent vergeleken met 2005. Je kunt alleen maar bouwen aan de kenniseconomie door er geld in te stoppen.’

Maar Nederland moet de komende jaren 18 miljard euro bezuinigen!
‘Ook Duitsland snijdt fors in de uitgaven, mag ik daar even op wijzen? Maar het investeert wel in de sectoren die groei tot gevolg hebben, dat is heel slim. Ik verwacht overigens dat er in 2015, als Nederland de economie op orde heeft, extra middelen beschikbaar komen voor onderzoek en onderwijs. Het kabinet heeft laten merken de kenniseconomie serieus te nemen. Dat het echt tot die top 5 wil gaan behoren en de strijd niet op gaat geven. De concurrentie staat immers niet stil. In China stijgen de R&D-uitgaven met 22 procent per jaar. Zij produceren geen goedkope rotzooi meer, maar gaan hightech producten maken die ze bij ons op de markt zetten. Nadat Europa met bedrijven als Nokia en Ericsson de standaard heeft gezet voor gsm en Amerika de wifi-standaard heeft bepaald, is het nu de vraag wie de lead neemt in de ontwikkeling van de elektrische auto. Als China die standaard gaat zetten, dan zou dat voor Europa rampzalig zijn.’

Verschenen in PM en op PM.nl. 4 maart 2011

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s