Co-creatie voor een betere cao

Om het draagvlak voor cao-afspraken zo breed mogelijk te krijgen, doorlopen werkgevers en werknemers momenteel een co-creatietraject. Dat moet uitmonden in een aantal adviezen voor de onderhandelaars, die vanaf januari weer met elkaar om de tafel gaan. Dit wil niet zeggen dat het cao-proces makkelijker gaat verlopen.


In januari 2016 bereikten de VNG en de vakbonden FNV, CNV en CMHF een principeakkoord over een kortdurende cao. Deze beleidsarme cao, met een looptijd van net geen anderhalf jaar, omvat geen wijzigingen in de rechtspositie, maar – naast een loonafspraak – procesafspraken over inhoudelijke onderwerpen. ‘Bepaalde issues moet je soms even parkeren’, legt Bert de Haas, cao-onderhandelaar namens de FNV uit. ‘We kwamen er destijds niet uit hoe we flexibel belonen en verlof via de cao konden regelen, dus besloten we daar nader onderzoek naar te doen.’ Op voorstel van vakbond CNV is dit in een co-creatietraject gegoten, uniek binnen de publieke sector.
‘Co-creatie houdt in dat werkgevers en werknemers samen met een bredere groep uit het werkveld zoeken naar oplossingen voor eerder geformuleerde probleemstellingen’, aldus Sietske Pijpstra, secretaris van het College voor Arbeidszaken van de VNG. ‘Het is samen puzzelen voordat de onderhandelingen beginnen.’

Op een drietal thema’s – belonen, verlof en flexibiliteit en (werk)zekerheid – zijn groepen geformeerd van twaalf mensen uit het werkveld, zes op voordracht van de werkgevers en zes op voordracht van de bonden. Sinds september zijn ze vier keer bij elkaar geweest, vrijdag 18 november is de vijfde bijeenkomst. De Haas is betrokken bij de themagroep flexibiliteit, die zich buigt over de vraag hoe gemeenten terug kunnen naar zo weinig mogelijk externe inhuur door het verbeteren van de interne mobiliteit. De leden van de themagroep zijn, bijvoorbeeld als P&O’er, werkzaam bij een gemeente of kaderlid van een van de vakbonden. ‘Op deze manier vragen we mensen uit het veld, dus werkgevers én werknemers, hoe ze over bepaalde thema’s denken, welke oplossingen ze zien en waar ze in hun huidige werk tegenaan lopen’, zegt De Haas. Hij ziet het als een soort brainstormsessie, zonder dat de partijen per se ergens uit moeten komen, zoals bij de cao-onderhandelingen het geval is.
Het is de bedoeling dat elke themagroep tot een gedeeld advies komt. Of dat gaat lukken, is nog maar de vraag. ‘Die ambitie is er wel’, zegt Pijpstra. ‘Maar het kan ook zo zijn dat elke groep twee adviezen uitbrengt, of dat de leden aangeven op welke punten ze van mening verschillen.’

Angst
Bij het thema verlof, waar een van de andere groepjes zich over buigt, heeft De Haas zo zijn twijfels of co-creatie helpt bij het zoeken naar oplossingen. Pijpstra snapt wel dat dit bij de bonden gevoelig ligt. ‘Daar heerst natuurlijk angst dat sommige verlofregelingen versoberd worden zodra we zouden gaan harmoniseren.’ De Haas knikt. ‘Als de ene gemeente zes leeftijdsdagen hanteert en de andere twee, dan ga je bij harmoniseren kijken waar je uitkomt.’
Wat De Haas ermee wil zeggen, is dat het bij co-creatie niet gaat om onderhandelen, maar om het uitwisselen van kennis en ideeën. De deelnemers hebben ook uitdrukkelijk de opdracht meegekregen vrij te denken. ‘We hebben afgesproken dat we elkaar later niet kunnen aanspreken op wat er gezegd is. Iedereen moet zijn gedachten de vrije loop kunnen laten.’
Pijpstra, die zelf geen deel uitmaakt van een van de themagroepen, wijst erop dat de deelnemers de verantwoordelijkheid hebben uit hun eigen netwerk zo veel mogelijk informatie op te halen. ‘Dat is de meerwaarde van deze aanpak. We betrekken het veld bij cao-kwesties om straks een zo breed mogelijk draagvlak te hebben.’

Te veel input
Begin volgende maand worden de adviezen gepresenteerd. De Haas verwacht dat het co-creëren voldoende gaat opleveren. Een voorgenomen enquête onder de achterban om nog meer informatie te vergaren, is geschrapt. ‘We zouden dan veel te veel input hebben, meer dan we in deze korte doorlooptijd kunnen verwerken.’

In het advies kunnen ook zaken staan, die niet in de cao geregeld kunnen worden. ‘Een gesprekscyclus tussen leidinggevende en werknemer spreek je niet af in een cao’, aldus Pijpstra. ‘Maar het is goed mogelijk dat daarover wel iets gezegd wordt in het advies over belonen. We zouden het A+O fonds Gemeenten vervolgens kunnen vragen er een bijeenkomst over te organiseren, een handreiking op te stellen of andere tools te ontwikkelen.’
Zullen de cao-onderhandelingen met al die adviezen in de hand gemakkelijker verlopen? ‘Dat idee heb ik niet nee,’ zegt De Haas stellig. ‘Dit traject levert zinvolle en nuttige input op, maar het blijven cao-onderhandelingen. We hebben ook te maken met externe factoren, zoals de hoogte van de ABP-premie. En loonsverhoging blijft een kwestie van onderhandelen. Op sommige punten overlappen de belangen tussen werkgevers en werknemers, op andere punten liggen ze uiteen. De input die via co-creatie is gegeven, kan ons wel helpen overeenstemming te bereiken op lastige kwesties.’
Pijpstra beaamt dat. ‘Het zijn best ingewikkelde onderwerpen waar we in het voortraject over spreken. Als straks de onderhandelingen beginnen, is het handig dat we met minder verschillen in beleving aan tafel zitten. Voorheen had de een dit gehoord en een ander dat. Nu hebben we gezamenlijke input voor onderwerpen die in het cao-traject ingewikkeld zijn.’
De Haas is het met zijn gesprekspartner eens. ‘Maar’, benadrukt hij, ‘er moet sowieso onderhandeld worden straks, is het niet linksom, dan wel rechtsom.’

Verschenen in VNG Magazine, 18 november 2016

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s