Mijn eerste (mini) triathlon

cindymainzVolgende keer doe ik ook mee, beloofde ik begin dit jaar mijn zusje, die al tweemaal de triathlon in haar woonplaats Mainz (Duitsland) had volbracht. Geen volwaardige triathlon overigens, maar eentje in miniformaat: 600 meter zwemmen, 29,6 kilometer fietsen en 5 kilometer hardlopen. Aan die belofte heeft ze me gehouden en dus moest ik er zondag 26 augustus aan geloven. Met rugnummer 494 sprong ik om 11.05 uur vanaf een boot met 150 andere fanatici de Rijn in.

In totaal doen zo’n duizend sporters mee aan de Sport Tiedje City Triathlon, deze zonnige zondag in augustus. Het is ‘s ochtends vroeg een drukte van belang aan de oever van de Rijn waar we onze fiets gereed moeten zetten. Bij binnenkomst wordt mijn helm gecheckt en krijg ik een transponder voor mijn rechterarm waarmee ik drie keer mijn tijd moet klokken, na het zwemmen, na het fietsen en helemaal aan het eind na het hardlopen.

In januari leek het allemaal nog zo ver weg. Ik had zeeën van tijd om me voor te bereiden, zou een trainingsschema opstellen en me minstens twee keer per week in de sportschool vertonen. Maar ineens was het half juli toen ik tot mijn grote schrik constateerde dat er van écht trainen nog weinig terecht was gekomen. Natuurlijk, ik ben de afgelopen maanden regelmatig in de sportschool geweest, maar om nu te zeggen dat ik daar de deur heb platgelopen?
Mijn lievelingscardiotoestel is de loopband. Ik loop liever een aantal kilometer hard dan dat ik aan het fietsen, steppen of crosstrainen ben. Tegen die 5 kilometer zie ik dan ook niet op. In de sportschool doe ik daar zo’n 27 minuten over, hoewel ik me realiseer dat het op de weg anders zal zijn. Ik vind het prettig om in constant tempo te kunnen lopen en de paar keer dat ik de afgelopen weken rondjes om de Amsterdamse Bosbaan heb gerend, merkte ik dat het lastig is een vast ritme aan te houden. Bovendien, hoe zullen mijn benen voelen na bijna 30 kilometer fietsen? Gelukkig is ook dit in de sportschool te trainen. Ik vond het de eerste keer bijzonder meevallen om na het fietsen op de loopband te stappen. Ik moest mezelf wel een paar keer streng toespreken om het niet halverwege voor gezien te houden, maar met Such great heights van The postal service (tip!) op mijn iPod is het – zij het met pijn en moeite – toch gelukt de 5 kilometer te volbrengen.
Om het fietsen goed te kunnen trainen, had ik toch echt een racefiets nodig. Maar waar vind je die? Urenlang op internet gezocht naar een bedrijf waar ik een fiets zou kunnen huren. Dat bleek onmogelijk, althans ik heb het niet kunnen vinden. Drie weken voordat de triathlon zou plaatsvinden, liep ik in een sportwinkel tegen een kek racefietsje aan. Betaalbaar en voor die prijs nog best een goede kwaliteit, dus ik heb hem maar gekocht. Meteen dezelfde middag uitgeprobeerd. Vanuit Amsterdam met het pontje naar Noord en via de Nieuwdammerdijk richting Marken. Het was even wennen, ik zat tenslotte voor het eerst van mijn leven op een racefiets. Het voorover gebogen fietsen viel niet mee, maar ik was na afloop niet ontevreden. Het ging best goed en ik vond het nog leuk ook. Ik verbaasde me over het feit dat het rond de stad, waar ik inmiddels toch alweer bijna tien jaar woon, zo mooi is. Je fietst Amsterdam uit en je bent in no time in de natuur met uitgestrekte weilanden aan de ene kant en het water van het IJmeer aan de andere kant. Hoewel ik van plan was de weken nadien nog een paar keer op de fiets te stappen, is het daar niet van meer van gekomen.

Het is zondagochtend 26 augustus, ik ben warempel een beetje zenuwachtig. Zal het me wel lukken? Haal ik de eindstreep? En doe ik dat dan ook nog in een acceptabele tijd? Nadat we onze fiets hebben afgegeven, aan de oever van de Rijn, lopen we richting de plek waar de boot straks zal vertrekken. Een eerste grote groep sporters is net vertrokken en zal zodadelijk van start gaan. Even later komen ze voorbij, stuk voor stuk in neopreen wetsuits. Dat ziet er professioneel uit! Nu hebben wij op dat front ook niets te klagen. Enkele weken geleden hebben we een heus triathlonpak gekocht, waarin we kunnen zwemmen, fietsen én lopen. Het oogt in elk geval sportief. Tegen half elf meert onze boot aan en we varen een stukje de Rijn op. Het duurt nog even voordat het startschot klinkt, maar rond 11.10 uur begint het dan toch echt. Ik spring de Rijn in en krijg direct een slok water binnen. Mijn zusje zwemt ervandoor, maar ik heb het idee niet vooruit te komen. Al snel lig ik bijna helemaal achteraan. Het zwemmen valt me vies tegen, we hebben de stroom dan wel mee, maar het kost me toch nog ruim 9 minuten om de 600 meter af te leggen. Eenmaal uit het water, ik ben een van de laatste van mijn groep, klok ik mijn tijd en haast me naar mijn fiets. Mijn zusje heeft haar schoenen al bijna aan en staat op het punt te vertrekken. Maar ook ik ben snel gereed om op de fiets te springen. Daar gaan we, op weg naar het ZDF Fernsehengarten, de ‘tuin’ van de Duitse televisiezender waarvandaan verslag wordt gedaan van deze wedstrijd en waar we straks nog moeten hardlopen.
De eerste kilometers verlopen voorspoedig, ik heb de vaart er goed in. Het schakelen heb ik nog niet helemaal onder de knie. Een Mont Ventoux-achtige heuvel komt in zicht, ik schakel terug maar dat lukt niet goed. Ik klooi een beetje met de handels en vind de juiste versnelling. Met moeite kom ik boven en dan kan ik me laten gaan. Bergafwaarts gaat het toch wel hard, vooral op die dunne bandjes. Ik rem een beetje bij en vervolg mijn weg. Zo heb ik nog een aantal flinke heuvels te gaan. Jammer genoeg moet ik één keer afstappen. Hoewel ik tegen mezelf zeg ‘niet afstappen, doorfietsen, kom op’, kan ik niet anders dan een stukje te voet afleggen. De laatste kilometers zijn zwaar. Mijn kilometerteller werkt niet, dus ik heb geen flauw idee hoever ik nog moet. Dan komt er ineens een aantal schotels in zicht, dat moet het ZDF-terrein zijn. Helaas doemt er ook een enorme heuvel op, die ik nog op moet. Ik ben doodop en eenmaal op het terrein aankomen, neemt iemand gelukkig mijn fiets aan. Ik wissel mijn schoenen en daar ga ik dan, voor het laatste stuk, 5 kilometer hardlopen. Ik ben zo blij dat ik van die fiets af ben, dat het lopen alles meevalt. Ik zou het bijna een eitje willen noemen. En dan komt de finish in zicht. Jawel, ik heb het gehaald! In 2 uur, 11 minuten en 44 seconden ben ik binnen, niet eens als laatste. Ik heb nog best wat mensen achter me gelaten. Wat een opluchting! Toch is mijn zusje al 3 minuten binnen. Ze heeft 6 minuten sneller gefietst, maar ik heb weer 3 minuten goedgemaakt met het hardlopen. Ik weet wat me volgend jaar te doen staat.

Verschenen in Sportswomen, najaar 2006

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s